Op de goede weg
Op de goede weg
Blaupunkt, een dochteronderneming van de Bosch groep ontwikkelde het eerste navigatiesysteem voor auto's. Sedertdien kan Blaupunkt terugblikken op een jarenlange ervaring in navigatiesystemen voor voertuigen. Al in 1978 werden de eerste patenten geregistreerd, waarna in 1989 het eerste systeem in serie werd geproduceerd. Tegenwoordig maakt Blaupunkt intelligente begeleidingssystemen waarbij de chauffeur nauwkeurig tot zijn doel wordt geleid. Dit gebeurt bovendien nog via een dynamische routeplanning die aan de actuele verkeerssituatie wordt aangepast.
“Dynamische Navigatie” gebruikt verschillende informatiebronnen :
Satellietsignalen, impulsen van voertuigsensoren, gegevens van digitale kaarten en actuele verkeersinformatie worden in de navigatie-unit verwerkt. Hierbij berekent dezel de positie van het voertuig en stuurt de reisroute optimaal bij.
De volgende generatie intellegentie co-piloten leidt u niet alleen vaardig en vlot tot uw doel, maar plant ook uw reisroute. Het systeem werkt als een virtuele reisgids en levert aldus extra informatie zoals hotel -en restaurantadressen en interessante stopplaatsen.
1. Satelliet
Satelliet
Vroeger gebruikten reizigers een kompas en de stand van sterren om hun positie te bepalen. Tegenwoordig helpen satellietsignalen het navigatiesysteem om de optimale reisweg te berekenen. Bij de aanvang van een reis met navigatie-opdracht of routebegeleiding zijn minstens drie signalen van Global Positioning System (GPS)-satellieten nodig voor de positionering van het voertuig. De GPS-ontvanger in het voertuig zal de satellietsignalen ontvangen en de positie bepalen.
De aldus bekomen informatie wordt met een digitaal stratenplan vergeleken en afgestemd. Aldus zal de startposite bij de aanvang van een routebegeleiding tot op 10 meter nauwkeurig worden bepaald !
2. Digitale Kaarten
Digitale Kaarten
Ontwikkelaars van software hebben steden en straten - tot in de kleinste hoekjes - op CD-ROM of DVD gebrand , met inbegrip van straatnamen, huisnummers en kruispunten. De navigatie-unit vergelijkt de informatie op die digitale stratenplannen met de positiegegevens van de satelliet- en sensorsignalen. Deze techniek dei 'Map-matching' wordt genoemd, weet wagens heel precies te positioneren en te geleiden naar hun bestemming.
Gezien straten en steden snel veranderen, worden de geregistreerde gegevens opgeslagen in centrale servers buiten het voertuig. De server kan de geo-coördinaten bijwerken, nieuwe stratenplannen tekenen en doorgeven aan de navigatie-unit in de wagen.
3. TMC-RDS-signaal
TMC-RDS-signaal
Een intelligente routebegeleiding moet zeer snel en precies kunnen inspelen op een veranderde verkeerssituatie. Het TMC-RDS-signaal levert de hiervoor noodzakelijke verkeersinformatie. Sensoren op de weg verwerken informatie en sturen deze door naar radiozenders. De aldus bekomen verkeersinformatie wordt dan digitaal en parallel met de normale verzonden. De TMC-tunerbox in de autoradio ontvangt deze signalen en stuurt ze naar het navigatiesysteem.
Indien nodig zal het navigatiesysteem de routberekening actualiseren naar gelang de bekomen verkeersinformatie en de reeds berekende route.
4. De navigatie-unit
De navigatie-unit
De navigatie-unit, een kleine computer, is het “Hart” van het navigatiesysteem.
Van bij het begin van de reis naar de bestemming worden alle gegevens die nodig zijn voor het positioneren van de wagen en het checken van de rijpositie verzameld en geanalyseerd door die unit. Deze krijgt ook actuele verkeersinformatie om de optimale reisweg te bepalen.
Het navigatiesysteem ondersteunt de oriëntatie van chauffeurs en geleidt hen naar de gewenste bestemming via aangename gesproken rijaanwijzingen of grafische symbolen op een scherm.
5. Sensoren
Sensoren
Navigatiesystemen betrouwen niet enkel op satellietgegevens, want GPS kan geen precieze positionering geven bij minder goede satellietontvangst. Preciezere informatie wordt verkregen van de autosensoren, die de actuele positie van het voertuig bepalen tijdens het rijden. Een tachymetersensor berekent de weg die de auto genomen heeft sinds het vertrek en een zogeheten gyroscoop detecteert alle veranderingen in de rijrichting van de wagen.
De navigatie-unit berekent de actuele positie van de auto op basis van die twee factoren, tot op drie meter precies.