In de snoepkeuken
Rood of blauw, gestreept of gevuld, zoet of verfrissend. Je kan er niet aan weerstaan. Maar voor je een snoepje kan opeten, heeft het al een lange weg afgelegd. Bij de productie van snoepgoed moeten levensmiddelen- en productietechniek precies op elkaar afgestemd zijn.
Een blik op het werk van de suikerbakker
Dit gebeurt er precies bij Bosch Confiserie Techniek in Viersen. De suikerbakkers werken in een hal zo groot als
een handbalveld. Het geurt er naar gekarameliseerde suiker, de lucht is warm, de tegels zijn kraaknet en de met roestvrij staal beklede machines zoemen zachtjes. “Dat is ons technologisch centrum”, zegt Alexander Schmitz, hoofd van de afdeling Project Management bij Bosch Confiserie Techniek. Glimlachend voegt hij eraan toe: “Je zou het ook onze snoepkeuken kunnen noemen”. In een witte schort, met
een muts op het hoofd staat de ingenieur voor een 30 meter lange machine. Aan het eind ervan vallen rood-wit gestreepte bonbons van een transportband eerst in een grote plastic
krat, ofwel worden ze rechtstreeks ingewikkeld door inpakmachines van Bosch. In Viersen ontwikkelt Bosch machines die snoep in alle vormen en kleuren produceren
en klaarmaken voor de verkoop.
Nieuwe recepten, nieuwe techniek
Het “technologisch centrum” is in twee opzichten een proeflaboratorium. Hier kunnen snoepfabrikanten samen
met de ingenieurs van Bosch nieuwe recepten op bestaande machines uitproberen en verder ontwikkelen. In het techno-
logisch centrum worden echter ook nieuwe machines getest en voortdurend verbeterd. Hier zorgt techniek voor zoete geneugten. Want hoe hemels snoep ook mag zijn, de productie gebeurt met hoogontwikkelde machines, die
aan de strengste technische normen moeten voldoen.